Overal lopen groepjes scouts bij Summit Center en bij de Foodhouses. Het is er gezellig druk, er wordt geswopt, gekletst, gegeten en gedronken. De sfeer is heerlijk ontspannen en overal is muziek en ruik je en zie je buitenlandse lekkernijen. Ook de Nederlandse deelnemers voelen zich er prima thuis.

Ties van de Krentenbollen zit aan tafel met twee lege zakjes voor zich met ‘compost’ erop: Hij heeft een activiteit gedaan waarbij hem is gevraagd om GFT-afval te verzamelen zodat ze er op de Summit compost van kunnen maken. “Ik ga kijken of dat al gebeurt bij mijn troepkamp en anders ga ik er mee beginnen!” zegt hij overtuigd. Zijn broer Okke zit tegenover hem, maar zonder compost: Hij heeft een buisje met krekels voor zich, “Er zit suikerspinsmaak aan!” legt hij uit, “maar ze hebben ze ook met lasagnasmaak en ze hebben ook krekels met chocolade en rijswafels met krekels.” Hij lijkt geen problemen met de eetbare insecten te hebben.

Tijn van de Nonnevotten heeft qua eten een andere keuze gemaakt: Hij staat met een Portugese vlag bij Holland Hub: “I am Portuguese Pedro!” lacht hij, “Een Engelsman noemde me al Tie-dzjen, omdat hij de naam Tijn niet uit kon spreken!” Zijn maatjes genieten van een portie Hollandse bitterballen. Ook Kirsten, Wesley en Ilse begonnen trek te krijgen en genieten van een flinke portie schaafijs bij het Amerikaanse foodhouse. “Het staat tot zo ver boven de beker uit!” wijst Kirsten trots met haar hand aan. Er is nu nog een flinke berg ijs over. “Ik heb watermeloensmaak!” roept Ilse snel. “Ik heb gewoon ‘icecream’-smaak” zegt Wesley tevreden, maar de meiden snappen het niet. Na even proeven weten ze het: “Het smaakt naar softijs!”

Ook bij de andere foodhouses is het gezellig en lekker: Worsten bij de Duitsers, onder andere frites bij de Britten en ook Portugal en andere landen hebben een foodhouse.